ECLI:NL:CRVB:2007:BB6091
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek uitkering vervolgingsslachtoffer wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante heeft in februari 1997 een aanvraag ingediend voor een periodieke uitkering als weduwe van haar overleden echtgenoot, die in 1962 overleed. Deze aanvraag werd in 1998 afgewezen omdat het overlijden niet redelijkerwijs aan de vervolging kon worden toegeschreven, mede vanwege medische informatie over hoge bloeddruk en ziekenhuisopnames.
In april 2005 diende appellante een herzieningsverzoek in, dat eveneens werd afgewezen omdat zij geen nieuwe relevante feiten of medische gegevens had aangevoerd die aanleiding zouden geven tot herziening van het eerdere besluit. De Raad oordeelt dat het verzoek terecht als herzieningsverzoek is aangemerkt en dat de discretionaire bevoegdheid van verweerster om te herzien slechts terughoudend kan worden getoetst.
Hoewel appellante een verklaring van een medisch archief overlegd heeft, acht de Raad deze onvoldoende waardevol omdat deze niet door een medicus is ondertekend en de inhoud niet afwijkt van eerdere informatie. De Raad concludeert dat er geen grond is voor vernietiging van het bestreden besluit en verklaart het beroep ongegrond. Tevens wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het herzieningsverzoek wordt ongegrond verklaard.