ECLI:NL:CRVB:2007:BB6103

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
15 oktober 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-3571 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J. Janssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbWet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid

Appellant had een WAO-uitkering toegekend gekregen op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer. Het UWV heeft deze uitkering per 10 augustus 2004 ingetrokken omdat de arbeidsongeschiktheid volgens nieuw medisch onderzoek minder dan 15% bedroeg. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank Roermond verklaarde het beroep van appellant tegen deze beslissing eveneens ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat appellant zijn stellingen niet met objectieve medische stukken had onderbouwd.

In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij niet in staat is arbeid te verrichten en dat zijn beperkingen zijn onderschat. De Centrale Raad van Beroep heeft echter geoordeeld dat de gronden van appellant niet slagen en heeft de overwegingen van de rechtbank onderschreven. De Raad bevestigt daarom de aangevallen uitspraak en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid.

Uitspraak

05/3571 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[A. te B.] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 26 april 2005, 04/1106 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 15 oktober 2007
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft H.J.A. Aerts, werkzaam bij een advocatenkantoor te Roermond, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 september 2007. Appellant noch zijn gemachtigde is verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door W.J.M.H. Lagerwaard.
II. OVERWEGINGEN
Bij besluit van 9 juni 2004 heeft het Uwv de aan appellant ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekende uitkering, welke werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80% of meer, met ingang van 10 augustus 2004 ingetrokken omdat de mate van arbeidsongeschiktheid per die datum minder dan 15% bedroeg.
Bij besluit van 9 september 2004 (bestreden besluit), heeft het Uwv het door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Het door appellant ingestelde beroep tegen het bestreden besluit is bij de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard. Hiertoe is overwogen dat het medisch onderzoek zorgvuldig is verricht door de verzekeringsarts en dat appellants stelling dat hij niet beschikt over duurzaam benutbare mogelijkheden niet met objectieve medische stukken is onderbouwd. Tevens heeft de rechtbank geoordeeld dat er geen reden is de arbeidskundige component van de schatting voor onjuist te houden.
Namens appellant is in hoger beroep aangevoerd dat hij niet in staat is arbeid te verrichten en dat zijn beperkingen zijn onderschat.
In hoger beroep heeft appellant dezelfde gronden naar voren gebracht als de gronden die hij ook al bij de rechtbank had aangevoerd. Naar het oordeel de Raad heeft de rechtbank op goede gronden overwogen dat die grieven niet kunnen slagen. De Raad verwijst naar de overwegingen van de rechtbank en onderschrijft deze volledig.
Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.C.W. Ris-van Huussen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 15 oktober 2007.
(get.) J. Janssen.
(get.) A.C.W. Ris-van Huussen.
MR