ECLI:NL:CRVB:2007:BB6105
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag wegens niet voldoen onderhoudseis over 1998
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van kinderbijslag over diverse kwartalen tussen 1996 en 2001. De Sociale verzekeringsbank (Svb) had het bezwaar deels gegrond verklaard, maar voor het tweede en derde kwartaal van 1998 en enkele kwartalen in 1999 bleef de kinderbijslag geweigerd omdat appellant niet op eenvoudig controleerbare wijze kon aantonen dat hij zijn kinderen in belangrijke mate had onderhouden.
De Raad overwoog dat appellant over het tweede kwartaal van 1998 geen bewijs had geleverd van betalingen ten behoeve van de kinderen. Over het derde kwartaal van 1998 verbleef appellant enkele weken in Marokko en nam geld op, maar dit voldeed niet aan de onderhoudseis omdat hij niet ten minste twee maanden bij zijn kinderen verbleef en er geen vast patroon van betalingen voorafgaand aan die periode was.
Ten aanzien van het tweede tot en met het vierde kwartaal van 1999 heeft de Svb alsnog kinderbijslag toegekend, waardoor appellant geen belang meer had bij het hoger beroep over die kwartalen. Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard voor die periode. Voor het overige werd het beroep afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
De Raad oordeelde dat de onderhoudseis strikt moet worden nageleefd en dat de uitzonderingen op het beleid alleen gelden indien aan specifieke voorwaarden wordt voldaan. Er werden geen proceskosten aan appellant opgelegd omdat het uitstel in het aanleveren van gegevens grotendeels aan hem te wijten was.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard voor 1999 en de weigering van kinderbijslag voor 1998 wordt bevestigd.