ECLI:NL:CRVB:2007:BB6106
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAJONG-uitkering bij arbeidsongeschiktheid van 25-35%
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om hem per 27 februari 2004 niet in aanmerking te brengen voor een WAJONG-uitkering vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 25%. Na bezwaar stelde het UWV de arbeidsongeschiktheid vast op 25-35%, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat hij door CVS/ME niet in staat is tot arbeid en dat het medisch onderzoek onvoldoende was, waardoor de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) onjuist is vastgesteld.
Appellant overhandigde aanvullende medische stukken, waaronder brieven van artsen, laboratoriumuitslagen en informatie over een borreliabacterie. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het medisch onderzoek door de verzekeringsarts en de bezwaarverzekeringsarts zorgvuldig en volledig was uitgevoerd, waarbij alle relevante informatie was betrokken. De Raad vond geen aanleiding om het oordeel over de belastbaarheid van appellant te wijzigen.
De Raad wees ook het verzoek van appellant af om een onafhankelijke deskundige te benoemen, omdat de medische component voldoende onderbouwd was. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAJONG-uitkering vanwege een arbeidsongeschiktheid van 25-35%.