ECLI:NL:CRVB:2007:BB6120
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over WAO-herbeoordeling en passendheid functies
Appellante, uitgevallen met RSI en spanningsklachten, kreeg een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%. Een latere schatting in 2001 wees op minder dan 15% arbeidsongeschiktheid, maar werd niet geëffectueerd vanwege zwangerschapsverlof. In 2004 vond een vijfdejaarsherbeoordeling plaats waarbij een arbeidsongeschiktheidspercentage van 36,6% werd vastgesteld op basis van medische rapportage en een functionele mogelijkhedenlijst ((K)FML).
Appellante voerde aan dat onvoldoende rekening was gehouden met haar beperkingen en dat de geselecteerde functies niet passend waren, met name de functie decaan. Ook stelde zij dat het besluit in strijd was met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM. De rechtbank verwierp deze grieven, vernietigde het bezwaarbesluit wegens motiveringsgebrek, waarna het UWV het bezwaar opnieuw beoordeelde en de passendheid van functies bevestigde.
In hoger beroep werden de bezwaren tegen de passendheid van functies herhaald, maar appellante liet haar internationale-rechtsgrieven vallen. De Raad concludeert dat de (K)FML geen punt van geschil vormt en dat het UWV de grieven over de functies afdoende heeft weerlegd. Het hoger beroep wordt als vergeefs verworpen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak dat de herbeoordeling en functie-indeling door het UWV correct zijn.