ECLI:NL:CRVB:2007:BB6177
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek kinderbijslag wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant had kinderbijslag aangevraagd voor zijn kinderen over het derde en vierde kwartaal van 2001, maar de Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees dit af omdat de kinderen niet tot zijn huishouden behoorden en hij niet voldoende bijdroeg aan hun onderhoud. Appellant verzocht later om herleving van het recht op kinderbijslag vanaf 1 januari 2002 en vervolgens om terugkomen van de eerdere besluiten over 2001.
De Raad stelt vast dat tegen de oorspronkelijke besluiten geen rechtsmiddelen zijn ingesteld, waardoor deze rechtsgeldig zijn geworden. Het verzoek tot terugkomen van de besluiten vereist volgens artikel 4:6 Awb Pro dat nieuwe feiten of veranderde omstandigheden worden aangevoerd. Appellant stelde dat hij voldoende bewijs had geleverd van zijn onderhoudsverplichting, maar dit betrof geen nieuwe feiten omdat deze bewijsstukken al in 2001 beschikbaar waren.
De Raad oordeelt dat de Svb terecht het verzoek heeft afgewezen omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn aangevoerd die een herziening rechtvaardigen. Ook is geen sprake van strijd met rechtsregels of algemene rechtsbeginselen. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Utrecht wordt daarom bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van kinderbijslag wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.