ECLI:NL:CRVB:2007:BB6180
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante stelde in hoger beroep dat haar medische beperkingen onjuist waren vastgesteld en dat zij volledig arbeidsongeschikt was. Het UWV had eerder de WAO-uitkering ingetrokken wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid. De rechtbank had het beroep van appellante afgewezen, mede op basis van het advies van psychiater D. Kok, die zich aansloot bij eerdere conclusies van psychiater J.D.J. Tilanus.
Appellante heeft in hoger beroep aanvullende medische gegevens aangevoerd die haar volledige arbeidsongeschiktheid zouden onderbouwen, maar deze gegevens zijn niet ingediend. De Raad concludeert dat op grond van de beschikbare medische rapporten de arbeidsongeschiktheid niet onderschat is en dat er geen aanleiding is om een nieuw medisch deskundigenonderzoek te gelasten.
De Raad weegt mee dat de deskundige Kok ook rekening heeft gehouden met informatie van behandelend neuroloog B.J.M. Franssen. De financiële argumenten van appellante om geen aanvullende medische gegevens te kunnen overleggen, bieden onvoldoende grond om het besluit te herzien.
Daarom bevestigt de Centrale Raad van Beroep het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank dat de WAO-uitkering terecht is ingetrokken per 16 januari 2003.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 16 januari 2003 wordt bevestigd wegens onvoldoende medische onderbouwing van arbeidsongeschiktheid.