ECLI:NL:CRVB:2007:BB6198
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Herziening arbeidsongeschiktheidspercentage en intrekking besluit UWV
Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van het UWV waarin zijn arbeidsongeschiktheidspercentage werd herzien van 65-80% naar 55-65%. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond, omdat het UWV het lagere percentage handhaafde ondanks een verkeerde berekeningsmethode.
In hoger beroep stelde appellant dat het UWV zijn beperkingen onderschatte en dat het lagere percentage onterecht werd gehandhaafd. De Raad overwoog dat het UWV het bestreden besluit feitelijk had ingetrokken door schriftelijk aan te geven het besluit niet langer te handhaven, hoewel dit niet expliciet was vastgelegd.
Omdat appellant geen belang meer had bij beoordeling van het ingetrokken besluit en geen schadevergoeding had gevorderd, had de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk moeten verklaren. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het inleidend beroep niet-ontvankelijk en beval het UWV een nieuw besluit te nemen.
Daarnaast werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellant en werd het betaalde griffierecht vergoed. Het hoger beroep werd gegrond verklaard op procedurele gronden, zonder inhoudelijke beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het inleidend beroep niet-ontvankelijk verklaard; het UWV dient een nieuw besluit te nemen.