ECLI:NL:CRVB:2007:BB6282
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.F. Bandringa
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verhoging WAO-uitkering wegens geen toegenomen arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam die het bezwaar tegen het besluit van het UWV ongegrond verklaarde. Het UWV had geweigerd de WAO-uitkering te verhogen op grond dat de arbeidsongeschiktheid van appellante op 6 december 2003 niet was toegenomen.
De rechtbank had geoordeeld dat het UWV terecht had besloten op basis van artikel 39a van de WAO, waarbij herziening van de uitkering alleen plaatsvindt als de toegenomen arbeidsongeschiktheid onafgebroken vier weken heeft geduurd. De medische rapporten van verzekeringsartsen ondersteunden dit oordeel en appellante bracht geen overtuigend medisch bewijs in tegen deze conclusies.
In hoger beroep stelde appellante dat haar belastbaarheid na 6 december 2003 was afgenomen, onderbouwd met medische gegevens van haar huisarts en anesthesioloog. De Raad oordeelde dat de huisartsgegevens slechts een korte periode van bedrust aantoonden en dat de toename van arbeidsongeschiktheid niet onafgebroken vier weken heeft geduurd. De verklaring van de anesthesioloog gaf geen aanwijzing voor een toename van beperkingen in de belastbaarheid.
De Raad concludeerde dat een toename van pijnklachten zonder medische objectivering niet automatisch leidt tot een toename van arbeidsongeschiktheid in de zin van de WAO. Daarom bevestigde de Raad de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het UWV om de uitkering niet te verhogen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om de WAO-uitkering te verhogen wegens het ontbreken van een toename van arbeidsongeschiktheid.