ECLI:NL:CRVB:2007:BB6285
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J. Riphagen
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering ondanks beperkingen linkerarm
Appellant ontving sinds 1997 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100% na een bedrijfsongeval met klachten aan de linkerarm. In 2003 werd hij herbeoordeeld en vastgesteld dat hij beperkingen heeft, maar met aangepaste arbeid 85% of meer van zijn vroegere verdiencapaciteit kan bereiken. Het Uwv besloot daarom zijn uitkering per 24 juni 2003 in te trekken.
Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat hij meer beperkingen heeft dan aangenomen, met name dat hij zijn linkerarm niet kan gebruiken en dat psychische klachten niet zijn meegewogen. Het Uwv handhaafde het besluit na aanvullend onderzoek door een bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige, die concludeerden dat de beperkingen juist waren vastgesteld en de geselecteerde functies geschikt zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat de medische beperkingen niet werden onderschat. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en voegde toe dat uit de gegevens niet blijkt dat de linkerarm volledig a-functioneel is. De Raad bevestigt het bestreden besluit en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering ondanks beperkingen aan de linkerarm.