ECLI:NL:CRVB:2007:BB6370
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.F. Bandringa
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAJONG-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante ontving sinds 1998 een WAJONG-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100% na een val op haar hoofd. Na een herbeoordeling in 2004 heeft het UWV de uitkering ingetrokken omdat haar arbeidsongeschiktheid was afgenomen tot minder dan 25%. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd ongegrond verklaard door het UWV en bevestigd door de rechtbank Breda.
In hoger beroep betwist appellante de conclusie dat zij voltijds kan werken, vanwege concentratieproblemen en lage energie. De Raad oordeelt echter dat de medische en arbeidskundige rapporten geen aanleiding geven om de vastgestelde belastbaarheid te herzien. Wel blijkt uit een aanvullend arbeidskundig rapport in hoger beroep dat enkele functies niet geschikt zijn vanwege haar beperkingen, maar er blijven voldoende geschikte functies over.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand conform artikel 8:72, derde lid, van de Awb. Tevens veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten van appellante en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAJONG-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.