ECLI:NL:CRVB:2007:BB6423
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.F. Bandringa
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van besluit tot intrekking WAO-uitkering wegens afgenomen arbeidsongeschiktheid
Appellante was sinds 3 augustus 1998 arbeidsongeschikt verklaard vanwege letsel aan beide handen en ontving vanaf 3 augustus 1999 een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het UWV trok deze uitkering per 9 december 2004 in, omdat de mate van arbeidsongeschiktheid was afgenomen tot minder dan 15%. Appellante voerde aan dat zij door handbeperkingen, dyslexie, analfabetisme en een slechte psychische toestand niet tot arbeid in staat was.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit vanwege onvoldoende transparantie van de arbeidskundige onderbouwing, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat later een voldoende onderbouwing was gegeven. In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank bevestigd. Medische rapporten van verzekeringsarts en plastisch chirurg toonden bruikbare handfunctie en geen significante psychopathologie. Appellantes eigen medische informatie over verslechtering na 9 december 2004 kon niet worden meegenomen.
De Raad concludeerde dat appellante op de peildatum wel degelijk in staat was tot het verrichten van diverse functies, ondanks haar beperkingen. Er waren voldoende functies met voldoende arbeidsplaatsen beschikbaar. Het hoger beroep werd verworpen en de intrekking van de WAO-uitkering bleef gehandhaafd. Appellante kan een nieuwe beoordeling aanvragen indien haar gezondheidstoestand later verslechtert.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering per 9 december 2004 wegens afgenomen arbeidsongeschiktheid.