ECLI:NL:CRVB:2007:BB6447
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens onverschoonbare termijnoverschrijding in WAO-uitkeringszaak
Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat hij geen recht had op WAO-uitkering vanaf 7 november 2004. Het bezwaar werd ingediend na de wettelijke termijn. De rechtbank Amsterdam verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding, maar stelde deze vraag pas tijdens de zitting aan de orde zonder partijen vooraf te informeren.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat deze gang van zaken in strijd is met de regels van een behoorlijke procesorde en vernietigt de uitspraak van de rechtbank. De Raad onderschrijft echter het oordeel dat het bezwaar niet-ontvankelijk is wegens overschrijding van de bezwaartermijn en wijst de grieven van appellant af.
De Raad stelt dat de ontvankelijkheid van het bezwaar ambtshalve moet worden getoetst en dat de rechtbank niet beperkt was in haar toetsingsbevoegdheid. De Raad besluit zelf het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren en veroordeelt het UWV in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het UWV-besluit wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onverschoonbare overschrijding van de bezwaartermijn.