ECLI:NL:CRVB:2007:BB6454
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Intrekking en herbeoordeling gedeeltelijke WAO-uitkering wegens onvoldoende passende functies
Appellante, voormalig oproepkracht in de thuiszorg, viel uit wegens rugklachten en ontving vanaf 2000 een WAO-uitkering van 80-100%. Na medisch en arbeidskundig onderzoek concludeerde het UWV dat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt was en trok de uitkering per 25 mei 2003 in. De rechtbank stelde echter de arbeidsongeschiktheid op 15-25% en vernietigde het besluit.
In hoger beroep betwist de Centrale Raad van Beroep de geschiktheid van de functie verkooptelefonist vanwege de belastbaarheid op het aspect zitten. De Raad oordeelt dat onvoldoende is aangetoond dat appellante deze functie kan vervullen, mede omdat gesprekken incidenteel tot 60 minuten duren terwijl aaneengesloten zitten is beperkt tot 30 minuten. Hierdoor resteren onvoldoende functies om de mate van arbeidsongeschiktheid vast te stellen.
De Raad vernietigt daarom het vonnis voor zover het de mate van arbeidsongeschiktheid vaststelt en beveelt het UWV een nieuw besluit op bezwaar te nemen. De Raad wijst op zorgvuldigheid in het onderzoek en verwerpt de stellingen van appellante over haar belastbaarheid. De proceskosten van appellante worden toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het vonnis en beveelt het UWV een nieuw besluit te nemen over de mate van arbeidsongeschiktheid.