ECLI:NL:CRVB:2007:BB6556
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering wegens urenbeperking en arbeidsongeschiktheid
Appellante was commercieel medewerkster en meldde zich in 1998 ziek wegens moeheid en depressieve klachten. Na verzekeringsgeneeskundig onderzoek werd een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%.
In 2003 herzag het UWV dit besluit op basis van een rapport van een verzekeringsarts die een urenbeperking adviseerde vanwege beperkingen bij stresserend werk. De arbeidsdeskundige concludeerde dat appellante niet geschikt was voor haar eigen werk en niet herplaatsbaar bij haar werkgever, maar wel geschikt voor andere functies met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 43,17%.
Appellante voerde bezwaar aan dat zij wel geschikt was voor haar eigen werk, maar een bezwaarverzekeringsarts bevestigde de beperkingen en urenbeperking. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel, waarbij zij de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek en de onderbouwing van de beperkingen onderschreef.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.