ECLI:NL:CRVB:2007:BB6573
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante was werkzaam als financieel adviseur en meldde zich ziek na een auto-ongeval in augustus 2001 met nek- en schouderklachten. Zij bleef gedeeltelijk werken en had zwangerschapsverlof tot januari 2003. Het UWV weigerde een WAO-uitkering vanaf januari 2003 omdat zij niet 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt was en haar eigen werk kon verrichten.
Medische beoordelingen door verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts concludeerden dat appellante beperkingen had door een cervicobrachiaal syndroom, maar dat zij geschikt was voor haar eigen functie. Ook na kennisname van rapporten van neuroloog en revalidatiearts werd geen aanleiding gezien voor een arbeidsduurbeperking.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat de medische en arbeidskundige beoordelingen zorgvuldig waren en dat appellante vanaf 28 januari 2003 haar werk in een volledige dagtaak kon verrichten. Het hoger beroep werd verworpen en de weigering van de WAO-uitkering gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering omdat appellante geschikt werd geacht haar eigen werk te verrichten.