ECLI:NL:CRVB:2007:BB6647
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit UWV over intrekking arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens onvoldoende beperkingen
Appellante ging in hoger beroep tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering, gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, per 19 december 2004 in te trekken omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou bedragen.
De rechtbank had het beroep deels gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten. Appellante voerde aan dat de artsen onvoldoende rekening hadden gehouden met haar medische beperkingen en dat zij niet in staat was om de voorgestelde functies te vervullen, mede omdat ten onrechte was uitgegaan van een opleidingsniveau 2.
De Raad overwoog dat de medische rapportages van de verzekeringsartsen zorgvuldig en weloverwogen waren en dat er geen aanwijzingen waren voor verdere beperkingen. De brief van de voormalige zenuwarts bood onvoldoende aanknopingspunten. Ook de arbeidskundige toelichting was toereikend om aan te nemen dat de functies medisch geschikt waren en dat appellante over het juiste opleidingsniveau beschikte.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de aangevallen uitspraak waarin de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand waren gelaten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.