ECLI:NL:CRVB:2007:BB6655
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over WAO-uitkering wegens onvoldoende onderzoek en motivering
Appellant was sinds 1987 arbeidsongeschikt als postbesteller en ontvangt sinds 1996 een invaliditeitspensioen en WAO-uitkering. Het UWV heeft in 2004 besloten de berekeningsgrondslag van zijn WAO-uitkering te herstellen naar het vervolgdagloon, wat appellant aanvocht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak. De Raad stelt vast dat het UWV niet kenbaar heeft onderzocht op welke datum appellant wegens ziekte ongeschikt tot werken werd, terwijl dit essentieel is voor toepassing van het overgangsrecht van artikel XVII van de Wet terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen (TBA).
De Raad oordeelt dat het UWV-besluit onvoldoende is gemotiveerd en strijdig is met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht. Daarom wordt het besluit vernietigd en wordt het UWV opgedragen een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het UWV veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht van appellant.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek en motivering, en het UWV moet een nieuwe beslissing nemen.