ECLI:NL:CRVB:2007:BB6679
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van besluit UWV tot verlaging WAO-uitkering ondanks beroepsgronden
Appellante ging in hoger beroep tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering te verlagen van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100% naar 35-45%. De rechtbank had het besluit vernietigd vanwege onvoldoende motivering van de geschiktheid van de functies waarop de schatting was gebaseerd, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
In hoger beroep voerde appellante aan dat onvoldoende rekening was gehouden met haar medische klachten zoals vermoeidheid, depressie en buikklachten, en dat de geduide functies niet passend waren vanwege haar taalbeheersing en opleidingsniveau. Tevens stelde zij dat de signaleringen in het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) onvoldoende inzichtelijk waren.
De Raad oordeelde dat de toelichting van de arbeidsdeskundige voldoende onderscheid maakte tussen de functies en dat de gegevens in het CBBS in beginsel juist zijn. De medische beperkingen waren volgens de Raad niet onderschat, mede omdat appellante geen tegenbewijs leverde. De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: De Raad bevestigt het besluit tot verlaging van de WAO-uitkering en veroordeelt het UWV in de proceskosten.