ECLI:NL:CRVB:2007:BB6873
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C.M. van Laar
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAZ-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, eigenaar van een winkel, vroeg per 1 januari 2003 een WAZ-uitkering aan wegens pijnklachten aan nek en rechterarm. Na medisch onderzoek stelde de verzekeringsarts beperkingen vast en bepaalde de eerste arbeidsongeschiktheidsdag op 1 mei 2002. De arbeidsdeskundige berekende geen verlies aan verdiencapaciteit, waarna het UWV de uitkering weigerde.
Appellante maakte bezwaar en overlegde aanvullende medische informatie, maar de bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat de beoordeling zorgvuldig was en de beperkingen consistent met de objectiveerbare gegevens. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de geselecteerde functies passend waren en de eerste arbeidsongeschiktheidsdag terecht was vastgesteld.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen onjuist waren vastgesteld en dat de eerste arbeidsongeschiktheidsdag onjuist was vastgesteld. De Raad overwoog dat zelfs bij een eerdere datum van arbeidsongeschiktheid het inkomen lager zou zijn dan het inkomen dat zij met de geselecteerde functies kan verwerven, zodat geen aanspraak op een WAZ-uitkering bestaat.
De Raad concludeerde dat de aanvullende medische informatie de eerdere beoordeling niet ondermijnt en bevestigde de aangevallen uitspraak. Appellante wordt geacht de functies van productiemedewerker, parkeercontroleur en surveillant te kunnen verrichten, waardoor zij geen recht heeft op een WAZ-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAZ-uitkering omdat appellante niet voldoende arbeidsongeschikt is.