ECLI:NL:CRVB:2007:BB6952
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging berekening WW-dagloon ondanks betwisting provisie door werknemer
In deze zaak staat de hoogte van het vastgestelde WW-dagloon centraal. Het UWV had het dagloon berekend op basis van door de werkgever opgegeven bedragen, waaronder een provisie van €2.652,04. De appellant betwistte deze provisie en stelde dat hij recht heeft op een aanzienlijk hoger bedrag, namelijk €22.651, en dat hierover een loonvordering bij de kantonrechter loopt.
De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard en het UWV-standpunt gevolgd. In hoger beroep heeft appellant dit oordeel gemotiveerd bestreden, maar de Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij de rechtbank. De Raad oordeelt dat appellant onvoldoende bewijs heeft geleverd dat hij meer loon heeft ontvangen dan in de administratie van de werkgever is vermeld.
Verder merkt de Raad op dat de loonvordering bij de kantonrechter nog niet is beslist en dus juridisch niet vaststaat. Mocht de kantonrechter de vordering toewijzen, dan is het UWV bereid het dagloon te herzien. De Raad ziet geen aanleiding om de aangevallen uitspraak te vernietigen en bevestigt deze. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de berekening van het WW-dagloon door het UWV en wijst het hoger beroep van appellant af.