ECLI:NL:CRVB:2007:BB7016
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herhaalde aanvraag WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om haar verzoek om terug te komen op een eerder in rechte onaantastbaar geworden besluit tot weigering van een WAO-uitkering af te wijzen. Het UWV baseerde dit besluit op het feit dat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die de eerdere beslissing onjuist zouden maken.
De Raad verwijst naar artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waarin is bepaald dat een nieuwe aanvraag alleen in behandeling wordt genomen indien er nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn. Het onderzoek toonde aan dat de door appellante overgelegde stukken, waaronder een brief van haar psychiater, geen wezenlijk nieuwe informatie bevatten.
De Raad oordeelt dat het UWV bevoegd was het verzoek af te wijzen zonder toepassing van artikel 4:5 Awb Pro en dat het hoger beroep niet slaagt. Er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Maastricht wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de herhaalde aanvraag voor een WAO-uitkering wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.