ECLI:NL:CRVB:2007:BB7018
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing WAO-uitkering na zorgvuldige herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellant, die sinds oktober 2002 uitviel wegens rug- en nekklachten, werd na afloop van de wachttijd beoordeeld op zijn arbeidsongeschiktheid. De bedrijfsarts stelde beperkingen vast, maar de arbeidsdeskundige concludeerde dat appellant geschikt was voor zijn eigen werk. Het UWV stelde op basis van een theoretische schatting dat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt was en wees de WAO-uitkering af.
Appellant voerde bezwaar aan met verwijzing naar een bedrijfsartsrapport waarin meer beperkingen werden vastgesteld. Het UWV bracht een nieuw rapport in van een bezwaararbeidskundige die, na overleg met een bezwaarverzekeringsarts, concludeerde dat appellant niet geschikt was voor zijn eigen werk, maar wel voor andere functies. Op basis hiervan handhaafde het UWV het besluit tot afwijzing.
De rechtbank oordeelde dat het UWV een zorgvuldig onderzoek had verricht en dat het wijzigen van de functies waarop de schatting was gebaseerd toegestaan was. Appellant stelde in hoger beroep dat het UWV een andere grondslag had gegeven aan het besluit, wat strijdig zou zijn met de goede procesorde.
De Raad overwoog dat het rapport van de bedrijfsarts onvoldoende inzicht gaf in de criteria voor beperkingen en dat het UWV voldoende had aangetoond dat appellant geschikt was voor de genoemde functies. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en het besluit van het UWV, en vond geen reden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de WAO-uitkering aan appellant.