ECLI:NL:CRVB:2007:BB7216
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante werkte sinds 1995 parttime bij een varenkwekerij en werd in 1998 arbeidsongeschikt verklaard vanwege pijnklachten die later als fibromyalgie werden gediagnosticeerd. Na de wettelijke wachttijd kreeg zij een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.
In 2004 trok het UWV de uitkering in omdat zij per die datum minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. Dit besluit werd bevestigd na bezwaar. De Raad concludeert dat de medische beperkingen juist zijn vastgesteld door de verzekeringsartsen, ondanks het ontbreken van objectieve afwijkingen.
Appellante leverde geen nieuwe medische informatie aan die aanleiding gaf tot twijfel aan de beoordeling. Haar eigen niet-onderbouwde mening over haar gezondheid werd niet gevolgd. De Raad oordeelt dat appellante geschikt is voor de geselecteerde functies en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt is.