ECLI:NL:CRVB:2007:BB7219
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Toekenning WAO-uitkering en vergoeding wettelijke rente na eerdere weigering
Appellant vroeg om een WAO-uitkering die het UWV aanvankelijk per besluit van 30 november 2004 weigerde omdat hij minder dan 15% arbeidsongeschikt zou zijn. Het bezwaar van appellant werd ongegrond verklaard en de rechtbank Arnhem wees het beroep af. Later, bij een nieuw besluit van 3 september 2007, stelde het UWV de arbeidsongeschiktheid alsnog vast op 80 tot 100% met ingang van 13 november 2004.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het belang bij beoordeling van het oorspronkelijke besluit daarmee vervallen was, tenzij er procesbelang bestond, zoals bij het verzoek om schadevergoeding. Appellant verzocht om vergoeding van wettelijke rente over de na te betalen uitkering en proceskosten. De Raad volgde de jurisprudentie en kende deze vergoeding toe, verwijzend naar eerdere uitspraken over de berekeningswijze.
De Raad vernietigde de eerdere uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde het UWV tot betaling van schadevergoeding, proceskosten en griffierecht. Hiermee werd appellant alsnog de WAO-uitkering toegekend met de daarbij behorende financiële compensaties.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het UWV wordt veroordeeld tot toekenning van de WAO-uitkering, vergoeding van wettelijke rente en proceskosten.