ECLI:NL:CRVB:2007:BB7271
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering toepassing hardheidsclausule bij vaststelling meerinkomen studiefinanciering
Appellanten ontvingen studiefinanciering en kregen vorderingen wegens meerinkomen opgelegd door de IB-Groep, gebaseerd op forfaitair voordeel uit sparen en beleggen volgens de Wet studiefinanciering 2000 (WSF 2000). Appellanten voerden aan dat zij feitelijk geen of nauwelijks inkomsten uit het vermogen genoten, dat onder bewind stond, en dat toepassing van de hardheidsclausule op grond van bijzondere omstandigheden gerechtvaardigd was.
De Raad overwoog dat de IB-Groep het toetsingsinkomen correct had vastgesteld conform artikel 3.17 WSF 2000, dat duidelijk voorschrijft dat het forfaitaire voordeel uit sparen en beleggen moet worden meegenomen. De hardheidsclausule biedt geen ruimte voor afwijking indien de toepassing van de wettelijke bepalingen overeenkomt met de bedoeling van de wetgever.
Verder oordeelde de Raad dat appellanten niet tijdig een verzoek tot toepassing van de hardheidsclausule hadden ingediend en dat de voorlichting door de IB-Groep voldoende was. De omstandigheden dat het vermogen onder bewind stond en appellanten niet zelfstandig konden beschikken, rechtvaardigen geen afwijking.
De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraken en oordeelde dat de weigering van de IB-Groep om de hardheidsclausule toe te passen in rechte standhoudt.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de IB-Groep terecht weigert de hardheidsclausule toe te passen bij de vastgestelde vorderingen wegens meerinkomen.