ECLI:NL:CRVB:2007:BB7399
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag algemene bijstand wegens niet-naleving inlichtingenverplichting over woonsituatie
Appellant diende op 31 augustus 2005 een achtste aanvraag algemene bijstand in bij de gemeente Utrecht en gaf op dat hij woonachtig was bij zijn broer en schoonzuster aan een adres in Utrecht. Het College wees de aanvraag af omdat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij daadwerkelijk op het opgegeven adres woonde. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep stelde appellant zich gemotiveerd op tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat appellant geen duidelijkheid had verschaft over zijn woonsituatie en daarmee niet voldeed aan de inlichtingenverplichting op grond van artikel 17, eerste lid, WWB. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of appellant zich in de omstandigheden bevond die artikel 11 WWB Pro vereist voor bijstand. De Raad hechtte daarbij gewicht aan een verklaring van appellant waarin hij toegaf geen eigen kamer, huurovereenkomst, betalingsbewijzen of sleutel van de woning te hebben en bovendien huisbezoek afwees.
De Raad concludeerde dat het College de aanvraag terecht had afgewezen en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De aanvraag algemene bijstand wordt afgewezen wegens onvoldoende duidelijkheid over de woonsituatie van appellant.