ECLI:NL:CRVB:2007:BB7473
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang in verzekeringsplichtzaak
In deze bestuursrechtelijke zaak stond de vraag centraal of tussen betrokkene en een bedrijf sprake was van een verzekeringsplichtige arbeidsrelatie volgens de sociale werknemersverzekeringswetten. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) had eerder vastgesteld dat er sprake was van een privaatrechtelijke dienstbetrekking die verzekeringsplicht tot gevolg had.
Appellante voerde hoger beroep tegen deze beslissing omdat zij van mening was dat de relatie niet leidde tot premieplicht. De Centrale Raad van Beroep overwoog echter dat het opleggen van correctienota's inmiddels niet meer mogelijk was vanwege het verstrijken van de vijfjarige verjaringstermijn. Hierdoor ontbrak aan het hoger beroep een redelijk procesbelang.
Het Uwv was niet verschenen bij de zitting, maar de Raad bevestigde dat de rechtsrelatie niet had geleid tot het opleggen van correctienota's. Gezien deze omstandigheden verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van redelijk procesbelang door verjaring.