ECLI:NL:CRVB:2007:BB7487
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.Riphagen
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante viel uit na een auto-ongeluk met whiplash gerelateerde klachten en vroeg een WAO-uitkering aan. Het UWV stelde haar arbeidsongeschiktheid op minder dan 15% en weigerde de uitkering. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank werd het besluit gehandhaafd. In hoger beroep stelde appellante dat haar cognitieve beperkingen onvoldoende waren meegewogen.
De Raad nam kennis van een psychologisch rapport dat cognitieve problemen bevestigde, maar oordeelde dat deze beperkingen in de functionele mogelijkhedenlijst (FML) adequaat waren verwerkt. Het UWV had de geschiktheid van functies voor appellante voldoende onderbouwd, ondanks dat sommige medische aspecten, zoals nekklachten, niet waren aangetoond.
De Raad vernietigde het bestreden besluit omdat een deel van de onderbouwing pas in hoger beroep was verstrekt, wat volgens vaste rechtspraak niet is toegestaan. De rechtsgevolgen van het besluit blijven echter in stand. Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het bestreden besluit van het UWV wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.