ECLI:NL:CRVB:2007:BB7578

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
10 oktober 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-3391 WW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • M.A. Hoogeveen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken belang na nieuw besluit UWV

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Dordrecht. Tijdens de procedure heeft het UWV een nieuw besluit genomen dat geheel tegemoetkomt aan het beroep van appellante. Hierdoor is er geen geschil meer tussen partijen over de aangevallen uitspraak.

De Raad heeft het onderzoek heropend en schriftelijke vragen gesteld aan het UWV, dat vervolgens het nieuwe besluit toezond. Appellante heeft hierop gereageerd en partijen stemden in met het achterwege laten van verdere behandeling ter zitting.

Gezien het ontbreken van belang bij appellante verklaart de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk. Tevens veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten van appellante en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed. De beslissing werd uitgesproken door M.A. Hoogeveen op 10 oktober 2007.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang na het nieuwe besluit van het UWV.

Uitspraak

06/3391 WW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellante] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Dordrecht van 28 april 2006, 05/773 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 10 oktober 2007.
I. PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 maart 2007. Namens appelllante is H.L. van Ommen verschenen. Het Uwv, na daartoe te zijn opgeroepen, heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.C.M. Huijzer, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
Na de zitting heeft de Raad het onderzoek heropend. Hij heeft het Uwv schriftelijke vragen gesteld, waarop bij brief van 24 mei 2007 is gereageerd.
Bij brief van 30 mei 2007 heeft het Uwv de Raad een afschrift van zijn besluit van 30 mei 2007 toegezonden.
Bij schrijven van 26 juni 2006 (lees: 2007) heeft appellante gereageerd.
Partijen hebben toestemming gegeven verdere behandeling ter zitting achterwege te laten.
II. OVERWEGINGEN
Met het besluit van 30 mei 2007 heeft het Uwv opnieuw op het bezwaar van appellante beslist. Dit besluit komt geheel tegemoet aan het beroep van appellante. Tussen partijen bestaat, gezien de inhoud van het besluit, geen geschil meer. Derhalve heeft appellante geen belang meer bij een oordeel van de Raad over de aangevallen uitspraak. Het hoger beroep zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard.
De Raad ziet aanleiding om met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellante, welke kosten worden begroot op € 6,88 aan reiskosten van appellante in beroep en op € 24,08 aan reiskosten van de gemachtigde van appellante in hoger beroep, totaal derhalve € 30,96. Bij gebreke van bewijsstukken acht de Raad de gevorderde verletkosten niet toewijsbaar.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 30,96, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen het door appellante in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 142,-- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door M.A. Hoogeveen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier, uitgesproken in het openbaar op 10 oktober 2007.
(get.) M.A. Hoogeveen.
(get.) M.D.F. de Moor.
09/10
BdH