ECLI:NL:CRVB:2007:BB7638
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende onderbouwing arbeidsongeschiktheid
Appellante ontving sinds februari 2002 een WAO-uitkering vanwege chronische rugklachten. Na een operatie in december 2002 werd haar arbeidsongeschiktheid opnieuw beoordeeld door een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige. Het UWV trok haar uitkering per oktober 2004 in, omdat haar arbeidsongeschiktheid was gedaald tot minder dan 15%.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar appellante ging in hoger beroep en voerde aan dat haar beperkingen onvoldoende en niet in onderlinge samenhang waren beoordeeld. Zij overlegde aanvullende medische rapporten van diverse specialisten.
De Raad oordeelde dat het UWV de beperkingen zorgvuldig had vastgesteld op basis van een eigen onderzoek en een bezwaaronderzoek door een andere verzekeringsarts. De Raad vond geen aanleiding voor nader deskundigenonderzoek. Wel vernietigde de Raad de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het UWV, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van de proceskosten en vergoedde het betaalde griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.