ECLI:NL:CRVB:2007:BB7751
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- G. van der Wiel
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering WAO-uitkering en bijstandsverlening over voorafgaande periode
Appellanten, gehuwd en wonende te een woonplaats, hadden een WAO-uitkering waarvan een deel over de periode 6 januari 2005 tot 5 april 2005 door het UWV werd teruggevorderd. Appellante had een bijstandsaanvraag ingediend die door het College buiten behandeling werd gesteld, waarna een tweede aanvraag over de teruggevorderde periode werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dat op grond van artikel 44 van Pro de WWB bijstand in beginsel niet wordt toegekend over perioden voorafgaand aan de datum van aanvraag of melding, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. De Raad oordeelt dat de terugvordering van de WAO-uitkering geen bijzondere omstandigheid vormt, omdat appellanten in die periode over voldoende middelen beschikten.
De Raad sluit zich aan bij de vaste rechtspraak en de overwegingen van de rechtbank en ziet geen reden om anders te beslissen. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De bijstand wordt terecht niet toegekend over de periode voorafgaand aan de aanvraag, ondanks de terugvordering van de WAO-uitkering.