ECLI:NL:CRVB:2007:BB7916
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ziekengeld wegens herstel arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als allround dierenverzorgster, meldde zich op 11 oktober 2004 ziek. Het UWV besloot op 19 mei 2005 het ziekengeld te beëindigen omdat zij niet langer wegens ziekte of gebrek ongeschikt was voor haar arbeid. Appellante maakte bezwaar, dat op 16 augustus 2005 ongegrond werd verklaard.
In hoger beroep leverde appellante geen medische onderbouwing aan die haar standpunt ondersteunde dat zij op 30 mei 2005 nog arbeidsongeschikt was door psychische en lichamelijke klachten. De Raad oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij ook haar rugklachten waren betrokken. De Raad vond geen reden om aan de medische beoordeling te twijfelen, ondanks dat begeleiding door een maatschappelijk werker pas later effect had.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank Breda, die eveneens oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er geen beperkingen waren vastgesteld die op ziekte of gebrek terug te voeren waren. Het beroep van appellante werd ongegrond verklaard en het besluit het ziekengeld te beëindigen bleef in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld per 30 mei 2005 wordt bevestigd.