ECLI:NL:CRVB:2007:BB7916

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
14 november 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-1573 ZW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • M.C.M. van Laar
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbZiektewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging ziekengeld wegens herstel arbeidsongeschiktheid

Appellante, werkzaam als allround dierenverzorgster, meldde zich op 11 oktober 2004 ziek. Het UWV besloot op 19 mei 2005 het ziekengeld te beëindigen omdat zij niet langer wegens ziekte of gebrek ongeschikt was voor haar arbeid. Appellante maakte bezwaar, dat op 16 augustus 2005 ongegrond werd verklaard.

In hoger beroep leverde appellante geen medische onderbouwing aan die haar standpunt ondersteunde dat zij op 30 mei 2005 nog arbeidsongeschikt was door psychische en lichamelijke klachten. De Raad oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij ook haar rugklachten waren betrokken. De Raad vond geen reden om aan de medische beoordeling te twijfelen, ondanks dat begeleiding door een maatschappelijk werker pas later effect had.

De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank Breda, die eveneens oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er geen beperkingen waren vastgesteld die op ziekte of gebrek terug te voeren waren. Het beroep van appellante werd ongegrond verklaard en het besluit het ziekengeld te beëindigen bleef in stand.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld per 30 mei 2005 wordt bevestigd.

Uitspraak

06/1573 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante],
tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 30 januari 2006, 05/3544 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 14 november 2007
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. A. Lebesque, werkzaam bij Stichting Rechtsbijstand te Tilburg, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 oktober 2007. Appellante is zoals aangekondigd niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. P.M. Klootwijk.
II. OVERWEGINGEN
Voor de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat thans met het volgende.
Appellante heeft zich op 11 oktober 2004 ziek gemeld voor haar werk als allround dierenverzorgster in een pluimveebedrijf gedurende 42,5 uur per week. Bij besluit van 19 mei 2005 heeft het Uwv appellante medegedeeld dat zij met ingang van 30 mei 2005 geen recht (meer) heeft op ziekengeld ingevolge de Ziektewet (ZW) omdat zij per die datum niet (meer) wegens ziekte of gebreken ongeschikt is voor haar arbeid. Bij besluit van 16 augustus 2005 (hierna: bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellante tegen het besluit van 19 mei 2005 ongegrond verklaard.
De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daartoe, samengevat, overwogen dat gelet op de stukken het medisch onderzoek voldoende zorgvuldig is geweest. De verzekeringsartsen hebben voldoende gemotiveerd op welke gronden zij concluderen dat de belastbaarheid van appellante ten opzichte van de voorgaande ZW-beoordeling is verbeterd en dat op basis van de beschikbare medische gegevens en onderzoeksbevindingen uit de door appellante gestelde klachten geen op ziekte of gebrek terug te voeren beperkingen zijn vast te stellen op de datum in geding. Van de zijde van appellante zijn geen medische stukken van een behandelend arts overgelegd die haar standpunt dat zij op de datum in geding niet in staat is arbeid te verrichten, bevestigen. De verzekeringsartsen hebben dan ook naar het oordeel van de rechtbank terecht geconcludeerd dat bij appellante op de datum in geding geen sprake meer is van ongeschiktheid voor haar arbeid als allround dierenverzorgster. Het Uwv heeft op goede gronden besloten om het ziekengeld met ingang van
30 mei 2005 te beëindigen.
De Raad overweegt dat appellante ook in hoger beroep geen medische onderbouwing heeft aangeleverd voor haar standpunt dat zij als gevolg van psychische en lichamelijke klachten, die meer oorzaken hadden dan alleen de spanningen in de werksfeer en het daarop volgende ontslag, op 30 mei 2005 nog ongeschikt was voor haar arbeid. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek dat aan het bestreden besluit ten grondslag ligt op zorgvuldige wijze is verricht, waarbij de Raad aantekent dat de bezwaarverzekeringsarts bij zijn onderzoek en beoordeling ook de rugklachten van appellante heeft betrokken. Dat de begeleiding door een maatschappelijk werker naar appellante stelt niet eerder dan in oktober 2005 vruchten begon af te werpen, geeft geen aanleiding te twijfelen aan de uitkomst van de medische beoordeling door de verzekeringsartsen. De Raad concludeert dan ook dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door M.C.M. van Laar. De beslissing is, in tegenwoordigheid van P. van der Wal als griffier, uitgesproken in het openbaar op 14 november 2007.
(get.) M.C.M. van Laar.
(get.) P. van der Wal.
JL