ECLI:NL:CRVB:2007:BB7923

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
2 november 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-60 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:19 AwbArt. 8:73 AwbArt. 8:75 AwbWet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij herziening WAO-uitkering

Appellant stelde hoger beroep in tegen een besluit van het Uwv waarin zijn WAO-uitkering werd herzien van 80-100% naar 35-45% arbeidsongeschiktheid met ingang van 19 mei 2002. Na onderzoek en benoeming van een deskundige heeft het Uwv op 3 september 2007 een nieuw besluit genomen waarbij de oorspronkelijke mate van arbeidsongeschiktheid van 80-100% werd gehandhaafd.

Hierdoor werd het bestreden besluit feitelijk ingetrokken. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant hierdoor geen procesbelang meer had bij de beoordeling van het oorspronkelijke besluit, aangezien hij geen verzoek tot schadevergoeding had ingediend en er geen ander belang bleek.

Omdat het Uwv het bestreden besluit niet handhaafde en er geen inhoudelijk geschil meer was, verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang. Tevens werd het Uwv veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant in eerste aanleg en hoger beroep.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na intrekking van het bestreden besluit.

Uitspraak

05/60 WAO
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant],
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 24 november 2004, 03/2303 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 2 november 2007
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. M.J.E.J. Coenraad, advocaat te Zandvoort, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 december 2006, waar appellant in persoon is verschenen, bijgestaan door mr. Coenraad, voornoemd. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door A. Anandbahadour.
De Raad is tot de conclusie gekomen dat het vooronderzoek niet volledig is geweest en heeft het onderzoek heropend. Vervolgens heeft de Raad prof. dr. W van Tilburg, psychiater te Aalsmeer, als deskundige benoemd. Nadat deze psychiater appellant had onderzocht, heeft hij van zijn bevindingen op 5 juli 2007 rapport uitgebracht aan de Raad.
Bij besluit van 3 september 2007 heeft het Uwv een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.
Het geding is opnieuw behandeld ter zitting van 21 september 2007, waar partijen – het Uwv met voorafgaande kennisgeving – niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
Bij besluit van 19 maart 2002 heeft het Uwv aan appellant meegedeeld dat zijn uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheids-verzekering (WAO), die laatstelijk werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, met ingang van
19 mei 2002 wordt herzien naar een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35 tot 45%.
Het door appellant tegen dat besluit ingediende bezwaar heeft het Uwv bij besluit van 4 april 2003 (hierna: het bestreden besluit) ongegrond verklaard.
De rechtbank Amsterdam heeft bij aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
Bij het in rubriek I vermelde nadere besluit van 3 september 2007 heeft het Uwv te kennen gegeven zijn oorspronkelijk ingenomen standpunt inzake de herziening van de WAO-uitkering met ingang van 19 mei 2002 niet langer te handhaven. Bij dit besluit heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen het bestreden besluit dan ook alsnog gegrond verklaard en de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant met ingang van 19 mei 2002 onveranderd vastgesteld op 80 tot 100%. Hierdoor kan het bestreden besluit geacht worden te zijn ingetrokken.
Uit ’s-Raads uitspraak van 4 februari 1997, LJN: ZB6628, volgt dat in zo’n geval belang bij een beoordeling van het bestreden besluit in beginsel is komen te vervallen, tenzij van zo’n belang blijkt, bijvoorbeeld omdat verzocht is om het toekennen van een schadevergoeding op grond van artikel 8:73 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De Raad stelt vast dat door appellant een dergelijk verzoek niet is gedaan. Ook anderszins is de Raad niet gebleken dat appellant nog een belang heeft bij een beoordeling van het bestreden besluit.
Voorts stelt de Raad vast dat het besluit van het Uwv van 3 september 2007 geheel tegemoet komt aan het hoger beroep van appellant tegen het bestreden besluit, zodat op grond van artikel 6:19, eerste lid, van de Awb dit beroep niet wordt geacht mede te zijn gericht tegen dit besluit.
Nu er tussen partijen thans geen door de Raad te beslechten inhoudelijk geschil meer bestaat, moet het hoger beroep niet-ontvankelijk worden verklaard wegens het ontbreken van enig procesbelang.
Ten slotte ziet de Raad, nu het Uwv het bestreden besluit niet heeft gehandhaafd, op grond van artikel 8:75 van Pro de Awb aanleiding het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellant in beroep en in hoger beroep. Deze kosten worden begroot op € 644,-- in eerste aanleg en op € 644,-- in hoger beroep.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de kosten van appellant tot een bedrag van € 1288,--, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de griffier van de Raad;
Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan appellant het betaalde griffierecht van € 133,-- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel als voorzitter en J. Riphagen en A.T. de Kwaasteniet als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van W.R. de Vries als griffier, uitgesproken in het openbaar op 2 november 2007.
(get.) J.W. Schuttel.
(get.) W.R. de Vries.
TM