ECLI:NL:CRVB:2007:BB7923
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J. Riphagen
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij herziening WAO-uitkering
Appellant stelde hoger beroep in tegen een besluit van het Uwv waarin zijn WAO-uitkering werd herzien van 80-100% naar 35-45% arbeidsongeschiktheid met ingang van 19 mei 2002. Na onderzoek en benoeming van een deskundige heeft het Uwv op 3 september 2007 een nieuw besluit genomen waarbij de oorspronkelijke mate van arbeidsongeschiktheid van 80-100% werd gehandhaafd.
Hierdoor werd het bestreden besluit feitelijk ingetrokken. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant hierdoor geen procesbelang meer had bij de beoordeling van het oorspronkelijke besluit, aangezien hij geen verzoek tot schadevergoeding had ingediend en er geen ander belang bleek.
Omdat het Uwv het bestreden besluit niet handhaafde en er geen inhoudelijk geschil meer was, verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang. Tevens werd het Uwv veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant in eerste aanleg en hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na intrekking van het bestreden besluit.