ECLI:NL:CRVB:2007:BB8086
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV wegens gebrekkige arbeidskundige motivering in WAO-herziening
Appellant maakte bezwaar tegen een herzieningsbesluit van het UWV waarbij zijn WAO-uitkering werd aangepast van 80-100% naar 45-55% arbeidsongeschiktheid per 19 april 2004. De rechtbank vernietigde het besluit vanwege onvoldoende motivering van de arbeidskundige onderbouwing, maar verklaarde het medische oordeel van het UWV juist.
In hoger beroep betwist appellant het medische oordeel en de gehanteerde uitlooptermijn. Het UWV bracht een nieuw besluit in, waarbij de arbeidsdeskundige nieuwe functies aanwees die leidden tot een arbeidsongeschiktheid van 55-65%. Medisch onderzoek bevestigde de beperkingen van appellant, zonder aanwijzingen voor ernstigere beperkingen.
De Raad oordeelt dat appellant geen belang meer heeft bij beoordeling van het eerdere besluit en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk voor dat deel. Het nieuwe besluit van het UWV wordt vernietigd vanwege een gebrekkige arbeidskundige motivering. De Raad beveelt het UWV een nieuw besluit te nemen, veroordeelt het UWV in de proceskosten en bepaalt vergoeding van griffierecht.
De medische beoordeling door de bezwaarverzekeringsarts en betrokken behandelaars wordt als adequaat en volledig beschouwd. Het verzoek tot benoeming van een onafhankelijke psychiater wordt afgewezen. De uitlooptermijn is volgens vaste rechtspraak correct toegepast. Het oordeel van de Raad bevestigt het belang van zorgvuldige motivering bij herziening van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het oorspronkelijke besluit is niet-ontvankelijk verklaard; het nieuwe besluit van het UWV is vernietigd wegens gebrekkige arbeidskundige motivering.