ECLI:NL:CRVB:2007:BB8210
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding volgens WWB
Verzoeker heeft bij het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam een bijstandsuitkering aangevraagd als alleenstaande. Na een huisbezoek en verklaring van verzoeker concludeerde het College dat sprake was van een gezamenlijke huishouding met een medebewoner, waardoor verzoeker niet als zelfstandig subject voor bijstand kan worden aangemerkt. Het bezwaar tegen de afwijzing werd ongegrond verklaard.
Verzoeker stelde hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. Tijdens de zitting verscheen verzoeker niet. De voorzieningenrechter van de Raad oordeelde dat nader onderzoek niet zou bijdragen aan de beoordeling en deed meteen uitspraak in de hoofdzaak.
De Raad bevestigde dat op grond van artikel 3, derde lid, WWB sprake was van een gezamenlijke huishouding, waarbij wederzijdse zorg en gezamenlijke kosten werden geleverd. De verklaring van verzoeker tijdens het huisbezoek was doorslaggevend. Het verweer dat deze verklaring onrechtmatig tot stand kwam, werd verworpen. De aanvraag werd terecht afgewezen en het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: De aanvraag van verzoeker om bijstandsuitkering wordt afgewezen wegens gezamenlijke huishouding, en het verzoek om voorlopige voorziening wordt eveneens afgewezen.