ECLI:NL:CRVB:2007:BB8253
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening toeslag AOW-pensioen wegens niet gemeld inkomen partner uit PGB
Appellant ontving een AOW-pensioen met toeslag omdat zijn echtgenote geen eigen inkomen had. Later bleek dat de partner een inkomen ontving uit een Persoonsgebonden budget (PGB), wat niet was gemeld. De Sociale verzekeringsbank (Svb) herzag de toeslag met terugwerkende kracht en vorderde het te veel betaalde bedrag terug, met een boete wegens het niet nakomen van de mededelingsplicht.
Appellant voerde aan niet te weten dat het PGB-inkomen invloed had op de toeslag en dat hij hierover niet was geïnformeerd door betrokken instanties. De Svb stelde dat appellant de mededelingsplicht niet had geschonden omdat een deel van de Svb op de hoogte was van het inkomen. De rechtbank wees het beroep af, maar de Raad oordeelt dat appellant redelijkerwijs had moeten begrijpen dat de toeslag te hoog was vastgesteld.
De Raad vernietigt het besluit vanwege onzorgvuldige voorbereiding door de Svb, met name omdat geen onderzoek is gedaan naar de toepassing van artikel 3:4 Awb Pro over kennelijke onredelijkheid. De Svb wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht en moet een nieuwe beslissing op bezwaar nemen.
Uitkomst: De herziening van de toeslag AOW met terugwerkende kracht wordt vernietigd en de Svb moet een nieuwe beslissing op bezwaar nemen.