ECLI:NL:CRVB:2007:BB8309
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering voorschot bijstand na buiten behandeling stellen aanvraag
Appellante diende op 10 mei 2005 een aanvraag om bijstand in bij het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk. Het College kende haar op 7 juni 2005 een voorschot van €225 toe, met de mededeling dat dit terugbetaald moest worden indien geen recht op bijstand bestond. Op 30 juni 2005 stelde het College de aanvraag buiten verdere behandeling wegens het niet of onvolledig verstrekken van benodigde gegevens, een besluit dat onherroepelijk werd.
Vervolgens vorderde het College bij besluit van 12 juli 2005 het voorschot terug op grond van artikel 58, eerste lid, aanhef en onder d, van de WWB. Het bezwaar hiertegen werd ongegrond verklaard, maar de rechtbank Breda vernietigde dit besluit in beroep, terwijl de rechtsgevolgen ervan in stand bleven.
In hoger beroep betoogde appellante dat niet definitief was vastgesteld dat zij geen recht op bijstand had, waardoor de grondslag voor terugvordering ontbrak. De Raad oordeelde echter dat het buiten behandeling stellen van de aanvraag gelijkgesteld moet worden met een definitieve vaststelling van het ontbreken van recht op bijstand. Dit volgt uit een redelijke wetsuitleg en eerdere jurisprudentie. Het College was derhalve bevoegd het voorschot terug te vorderen. De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het College bevoegd was het voorschot terug te vorderen na buiten behandeling stellen van de bijstandsaanvraag.