ECLI:NL:CRVB:2007:BB8507
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering ondanks medische bezwaren appellant
Appellant was sinds 1994 arbeidsongeschikt verklaard vanwege lichamelijke en psychische klachten en ontving een WAO-uitkering. Na een herbeoordeling in 2004 concludeerde een onafhankelijke verzekeringsarts en arbeidsdeskundige dat appellant geschikt was voor passend werk, waarna het UWV zijn uitkering introk.
Appellant stelde dat zijn lichamelijke beperkingen onvoldoende waren meegewogen en overhandigde brieven van zijn huisarts ter onderbouwing van zijn volledige arbeidsongeschiktheid. De Raad volgde het oordeel van de onafhankelijke deskundige, die een zorgvuldig onderzoek had verricht en alle medische gegevens had bestudeerd.
De Raad oordeelde dat de functies waarvoor appellant geschikt werd geacht, minder zwaar belastend zijn dan zijn oorspronkelijke werkzaamheden en dat de klachten van appellant onvoldoende aanleiding gaven om het standpunt van de verzekeringsartsen te wijzigen.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en verklaarde het beroep ongegrond, waarbij ook werd overwogen dat geen redenen aanwezig waren om af te wijken van het deskundigenoordeel. De uitspraak werd gedaan door M.S.E. Wulffraat-van Dijk op 21 november 2007.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellant geschikt is voor passend werk volgens het deskundigenoordeel.