ECLI:NL:CRVB:2007:BB8511
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Weigering toekenning WAO-uitkering na arbeidsongeschiktheidsbeoordeling
Appellant, een agrarisch medewerker, viel in 1998 uit wegens rugklachten en vroeg een WAO-uitkering aan. Het UWV weigerde deze uitkering omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% werd vastgesteld. Na diverse medische en arbeidskundige onderzoeken, waaronder een functionele mogelijkhedenlijst en een rapport van een bezwaararbeidsdeskundige, handhaafde het UWV dit besluit. De rechtbank vernietigde het eerste besluit vanwege onvoldoende motivering bij wijziging van de gebruikte functies en beval een nieuw besluit.
Het UWV nam een tweede besluit, waarin de arbeidskundige beoordeling beter werd gemotiveerd. De Raad oordeelde dat de medische onderzoeken zorgvuldig waren uitgevoerd en dat de beperkingen van appellant juist waren ingeschat. De bezwaarverzekeringsarts had ook aanvullende medische informatie meegewogen zonder aanleiding tot bijstelling.
De Raad concludeerde dat de arbeidskundige toelichting adequaat was en dat appellant geschikt werd geacht voor de resterende functies. Het beroep tegen het tweede besluit werd ongegrond verklaard, terwijl het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk werd verklaard omdat het belang daarvoor was komen te vervallen. De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het eerste besluit wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het tweede besluit wordt ongegrond verklaard waarbij de arbeidsongeschiktheid onder de 15% wordt vastgesteld.