ECLI:NL:CRVB:2007:BB8590
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag wegens ontbreken ingezetenschap en economische binding
Appellant heeft in hoger beroep bezwaar gemaakt tegen de weigering van kinderbijslag door de Sociale Verzekeringsbank (Svb). De rechtbank Rotterdam had eerder geoordeeld dat appellant op 1 januari 2006 niet als ingezetene van Nederland kon worden aangemerkt, omdat hij geen zelfstandige woonruimte bezat, geen zelfstandig inkomen had en geen sociale binding met Nederland had vanwege zijn recente verblijf in Groot-Brittannië.
Appellant stelde dat hij in 2005 met zijn minderjarige kind naar Nederland was teruggekeerd met de intentie zich definitief te vestigen, ondanks het achterlaten van zijn psychiatrisch zieke echtgenote in Engeland. Hij beschikte toen over een tijdelijk onderkomen en ontving een bijstandsuitkering. De Raad oordeelde echter dat de feitelijke omstandigheden en de langdurige verblijfsgeschiedenis in Engeland zwaarder wegen dan de intenties van appellant.
De Raad concludeert dat appellant niet het middelpunt van zijn maatschappelijk leven in Nederland had op de peildatum en bevestigt daarom de eerdere uitspraak dat hij niet als ingezetene wordt beschouwd. Hierdoor is de weigering van kinderbijslag terecht. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van kinderbijslag omdat appellant niet als ingezetene van Nederland wordt beschouwd.