ECLI:NL:CRVB:2007:BB8604
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging privaatrechtelijke dienstbetrekking tussen appellant en externe fiscalist
Appellant exploiteert een administratiekantoor en maakte gebruik van een externe fiscalist, de heer W., die op basis van uurdeclaraties werd betaald. Na een boekenonderzoek concludeerde het Uwv dat W. over de jaren 2000-2003 verzekerd was als werknemer van appellant. De rechtbank Rotterdam stelde vast dat sprake was van een gezagsverhouding en persoonlijke arbeidsverrichting, waardoor W. als werknemer werd aangemerkt.
Appellant stelde in hoger beroep dat W. niet werd ingezet ter vervanging van eigen werknemers maar voor complexe fiscale werkzaamheden, deels buiten het kantoor van appellant. De Raad overwoog dat de kernactiviteiten die appellant zelf uitvoerde gelijksoortig waren aan die van W., die werd ingeschakeld vanwege capaciteitsproblemen en deskundigheid.
De Raad achtte aannemelijk dat appellant toezicht en aanwijzingen kon geven en dat W. persoonlijk gehouden was de werkzaamheden te verrichten. Het hogere uurtarief werd gezien als een reële vergoeding. Er was geen bewijs dat de werkzaamheden via de B.V. van de echtgenote van W. liepen. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak dat sprake is van een privaatrechtelijke dienstbetrekking tussen appellant en W.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat tussen appellant en de heer W. sprake is van een privaatrechtelijke dienstbetrekking.