ECLI:NL:CRVB:2007:BB8652
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J. Riphagen
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over arbeidsongeschiktheid wegens instabiele medische situatie
Appellante, die wegens rechter polsklachten haar werkzaamheden als zorgkundige had gestaakt, werd op 14 mei 2001 geopereerd aan haar pols. De verzekeringsarts concludeerde op 2 juli 2001 dat zij beperkingen ondervond, maar geschikt was voor passende arbeid. Het UWV stelde per 6 augustus 2001 vast dat appellante geen recht meer had op WAO-uitkering.
Appellante voerde aan dat zij door complicaties na het onderzoek van de verzekeringsarts nog niet in staat was te werken. De bezwaarverzekeringsarts en deskundige hielden echter vast aan de situatie ten tijde van het eerste onderzoek, zonder rekening te houden met de latere complicaties en pijnklachten die leidden tot een tweede operatie.
De Raad oordeelde dat het UWV niet kon overgaan tot vaststelling van arbeidsongeschiktheid zonder een stabiele medische situatie, wat hier ontbrak vanwege de nog lopende behandeling en geplande operatie. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en werd het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze overwegingen.
Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot vaststelling van arbeidsongeschiktheid per 6 augustus 2001 wordt vernietigd wegens het ontbreken van een stabiele medische situatie.