ECLI:NL:CRVB:2007:BB8659
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C.M. van Laar
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen WAO-schatting en belastbaarheid door UWV
Appellante, werkzaam als algemeen medewerkster in een bejaardentehuis, kreeg een WAO-uitkering toegekend wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na een herbeoordeling in 2004 stelde het UWV haar belastbaarheid hoger vast, waardoor haar uitkering werd herzien naar 15-25% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het UWV voldoende medische informatie had betrokken bij haar beoordeling.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij meer beperkingen had dan het UWV aannam en verzocht om een onafhankelijke medische deskundige. De Raad volgde dit niet en oordeelde dat de rechtbank de zaak juist had beoordeeld. Ook de door appellante overgelegde latere medische rapporten hadden volgens de Raad geen betrekking op de datum van de oorspronkelijke beoordeling.
De Raad vernietigde echter de uitspraak van de rechtbank omdat het UWV pas in hoger beroep een afdoende toelichting gaf op de geschiktheid van de geselecteerde functies. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand. Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het bestreden besluit en verklaart het beroep gegrond, met in stand blijvende rechtsgevolgen.