ECLI:NL:CRVB:2007:BB8683
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J. Riphagen
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbreken causaliteit met eerdere arbeidsongeschiktheid
Appellant verzocht om een WAO-uitkering, maar het UWV weigerde deze omdat de arbeidsongeschiktheid niet voortkomt uit dezelfde oorzaak als waarvoor hij eerder een uitkering ontving. De Raad overwoog dat appellant onvoldoende medische gegevens had aangeleverd om een toename van beperkingen door dezelfde ziekteoorzaak aan te tonen.
De verzekeringsartsen concludeerden dat de oude hiel- en rugklachten nog steeds aanwezig zijn, maar dat de nieuwe klachten aan ellebogen, nek en een laag calciumgehalte niet dezelfde oorzaak hebben als de eerdere arbeidsongeschiktheid. Dit oordeel werd bevestigd door de bezwaarverzekeringsarts, die ook informatie van behandelaars had meegenomen.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en zag geen reden om af te wijken van het besluit van het UWV. Er was geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van causaliteit met eerdere arbeidsongeschiktheid.