ECLI:NL:CRVB:2007:BB8844

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
27 november 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-6030 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • K.J.S. Spaas
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbWet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens niet onafgebroken 52 weken arbeidsongeschiktheid

Appellante verzocht om een WAO-uitkering, maar het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) wees dit verzoek af omdat zij vanaf 26 augustus 2002 niet onafgebroken 52 weken arbeidsongeschikt was. Appellante maakte bezwaar, dat door het Uwv werd afgewezen. De rechtbank Arnhem handhaafde dit besluit en oordeelde dat de medische beoordeling van het Uwv en de conclusie dat de wettelijke wachttijd niet was vervuld, juist waren.

In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten, maar de Centrale Raad van Beroep achtte deze niet voldoende om het eerdere oordeel te wijzigen. De Raad nam daarbij ook in aanmerking dat appellante in 2005 een poging tot zelfmoord had gedaan, wat echter buiten het relevante tijdvak viel. De door de psychiater Buiten verstrekte informatie uit 2005 gaf geen inzicht in de beperkingen van appellante in de periode die voor de WAO-uitkering relevant was.

De Raad zag geen aanleiding om af te wijken van het bestreden besluit en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er waren geen gronden aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dat een bestuursorgaan kan verplichten een besluit te heroverwegen bij nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens het niet onafgebroken 52 weken arbeidsongeschikt zijn.

Uitspraak

05/6030 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante],
tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 2 september 2005, 05/1536 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 27 november 2007
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. W.H.B.M. Litjens, advocaat te Elst, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 november 2007. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Litjens. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door M.M.J.E. Budel.
II. OVERWEGINGEN
Bij besluit van 5 maart 2004 heeft het Uwv geweigerd appellante een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toe te kennen omdat zij vanaf 26 augustus 2002 niet onafgebroken 52 weken arbeidsongeschikt in de zin van die wet is geweest.
Bij besluit van 29 maart 2005, verder: het bestreden besluit, heeft het Uwv het bezwaar van appellante ongegrond verklaard.
De rechtbank heeft het bestreden besluit in stand gelaten. In de aangevallen uitspraak is uitvoerig uiteengezet waarom de rechtbank de medische beoordeling door het Uwv en de daaruit getrokken conclusie dat appellante uitgaande van de datum 26 augustus 2002 de wettelijke wachttijd niet heeft vervuld juist acht.
Hetgeen in hoger beroep namens appellante is aangevoerd komt neer op een herhaling van zetten. Ook de rechtbank heeft al in beschouwing genomen dat appellante in 2005, ver na het tijdvak dat thans in geding is, een poging tot zelfmoord heeft gedaan. De in hoger beroep overgelegde informatie van de psychiater D.G. Buiten, bij wie appellante vanaf 7 oktober 2005 onder behandeling is, maakt dit niet anders. De psychiater Buiten laat zich in zijn brief van 15 december 2005 aan appellantes gemachtigde uitdrukkelijk niet -ook niet retrospectief- uit over appellantes beperkingen in het tijdvak dat thans in geding is.
De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door K.J.S. Spaas. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.H. Hagendoorn-Huls als griffier, uitgesproken in het openbaar op 27 november 2007.
(get.) K.J.S. Spaas.
(get.) A.H. Hagendoorn-Huls.
MK