ECLI:NL:CRVB:2007:BB8853

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
27 november 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-47 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • K.J.S. Spaas
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbWet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging herziening WAO-uitkering zonder urenbeperking na medisch onderzoek

Appellante ontving een WAO-uitkering die door het UWV per 27 oktober 2004 werd herzien naar een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%. Het UWV nam geen urenbeperking aan. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd door het UWV ongegrond verklaard. De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van appellante tegen het besluit ongegrond, omdat op basis van de medische gegevens en de Standaard 'Verminderde Arbeidsduur' geen reden was om het oordeel van het UWV te verwerpen.

In hoger beroep herhaalde appellante haar grieven, maar leverde geen nieuwe medische gegevens aan die haar standpunt konden ondersteunen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat er geen reden was om te twijfelen aan de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek en de juistheid van de conclusies waarop het besluit was gebaseerd. De Raad onderschreef de overwegingen van de rechtbank en zag geen aanleiding om artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht toe te passen.

De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en het besluit van het UWV. De uitspraak werd gedaan door rechter K.J.S. Spaas en uitgesproken in het openbaar op 27 november 2007.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV om de WAO-uitkering van appellante te herzien zonder urenbeperking.

Uitspraak

06/47 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante],
tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 21 november 2005, 05/1132 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 27 november 2007
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. L.J. van der Veen, advocaat te Groningen, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 november 2007. Appellante is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door A.M.M. Schalkwijk.
II. OVERWEGINGEN
Appellante ontving een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO).
Bij besluit van 3 september 2004, voor zover hier van belang, heeft het Uwv de WAO-uitkering van appellante met ingang van 27 oktober 2004 herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%. Bij besluit van 1 april 2005, verder: het bestreden besluit, heeft het Uwv het bezwaar van appellante tegen het besluit van 3 september 2004 ongegrond verklaard.
De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Uit de aangevallen uitspraak blijkt dat de rechtbank op basis van de voorhanden zijnde (medische) gegevens en voorts gelet op de Standaard ‘Verminderde Arbeidsduur’ geen aanknopingspunten ziet voor het oordeel dat de verzekeringsartsen en in hun voetspoor het Uwv, ten onrechte per 27 oktober 2004 geen urenbeperking hebben aangenomen.
In hoger beroep heeft appellante haar tijdens de procedure in eerste aanleg aangevoerde grieven herhaald. In hoger beroep zijn geen medische gegevens overgelegd die steun bieden voor haar standpunt.
Het gaat in dit geding om de beantwoording van de vraag of het oordeel van de rechtbank over het bestreden besluit van het Uwv in rechte stand kan houden.
De Raad beantwoordt die vraag bevestigend en overweegt het volgende.
De Raad heeft evenals de rechtbank geen redenen om te twijfelen aan de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek van het Uwv en de juistheid van de conclusies ervan, waarop het bestreden besluit is gebaseerd. De overwegingen van de rechtbank met betrekking tot het medische aspect van het bestreden besluit onderschrijft de Raad. Hetgeen in hoger beroep is aangevoerd, kan geen ander licht op de zaak werpen.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door K.J.S. Spaas. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.H. Hagendoorn-Huls als griffier, uitgesproken in het openbaar op 27 november 2007.
(get.) K.J.S. Spaas
(get.) A.H. Hagendoorn-Huls
MK