ECLI:NL:CRVB:2007:BB8856

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
27 november 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-7430 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • K.J.S. Spaas
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbWet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid

Appellante ging in hoger beroep tegen de intrekking van haar WAO-uitkering per 30 november 2004, omdat het UWV haar arbeidsongeschiktheid op minder dan 15% had vastgesteld. De rechtbank Breda had reeds geoordeeld dat de beperkingen die appellante ondervindt juist waren vastgesteld en dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren, waardoor haar verlies aan verdiencapaciteit minder dan 15% bedroeg.

In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat het vertrouwensbeginsel is geschonden, omdat zij lange tijd een WAO-uitkering ontving van 80 tot 100%. De Raad oordeelt dat deze periode van ruim anderhalf jaar niet kan worden gekwalificeerd als 'lange jaren' en dat appellante geen gerechtvaardigde verwachting kon hebben dat de uitkering zou blijven, ook niet indien medisch onderzoek een lagere mate van arbeidsongeschiktheid zou aantonen.

De Raad stelt vast dat de rechtbank en het UWV de medische informatie, waaronder het rapport van de verzekeringsarts, zorgvuldig hebben betrokken bij hun oordeel. Er zijn geen nieuwe feiten of omstandigheden die aanleiding geven het bestreden besluit te wijzigen. De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en ziet geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.

Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.

Uitspraak

05/7430 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante],
tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 17 november 2005, 05/1983 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 27 november 2007
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. T. Çatak, advocaat te Vlijmen, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 november 2007. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Çatak. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W.P.F. Oosterbosch.
II. OVERWEGINGEN
Bij besluit van 27 april 2005, verder: het bestreden besluit, heeft het Uwv ongegrond verklaard het bezwaar van appellante tegen een eerder genomen besluit waarbij appellantes uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) met ingang van 30 november 2004 is ingetrokken omdat zij door het Uwv met ingang van die datum voor minder dan 15% arbeidsongeschikt wordt geacht.
De rechtbank heeft blijkens de aangevallen uitspraak geoordeeld dat er geen reden is om te twijfelen aan de juistheid van de door het Uwv vastgestelde beperkingen met betrekking tot het verrichten van arbeid die voor appellante gelden.
De voor appellante door het Uwv aan de hand van deze beperkingen geselecteerde functies acht de rechtbank in medisch opzicht geschikt, waardoor appellantes verlies aan verdiencapaciteit minder dan 15% is zodat appellante voor de toepassing van de WAO niet arbeidsongeschikt kan worden geacht.
Op grond van hetgeen namens appellante in hoger beroep is aangevoerd heeft de Raad geen grond om anders over het bestreden besluit te oordelen dan de rechtbank in de aangevallen uitspraak heeft gedaan.
Anders dan in het beroepschrift wordt gesteld heeft de rechtbank, evenals het Uwv, wel degelijk acht geslagen op de medische informatie afkomstig van de huisarts, zoals blijkt uit het rapport van 7 september 2004 van de verzekeringsarts N. Asma.
De grief dat het vertrouwensbeginsel zou zijn geschonden doordat appellante "lange jaren arbeidsongeschikt is verklaard en wel voor 80 tot 100%" snijdt geen hout. Uit de gedingstukken blijkt dat appellante van 16 mei 2003 tot 20 november 2004 uitkering ingevolge de WAO heeft ontvangen naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, zodat de woorden "lange jaren"op zijn minst overdreven mogen worden genoemd. Voorts kan appellante aan het enkele gegeven dat zij gedurende de hiervoor genoemde periode een WAO-uitkering had ontvangen, niet de gerechtvaardigde verwachting hebben ontleend dat zij die uitkering in de toekomst zou blijven ontvangen, ook als medisch onderzoek zou uitwijzen dat zij minder beperkt was dan tot dan toe was aangenomen.
De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door K.J.S. Spaas. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.H. Hagendoorn-Huls als griffier, uitgesproken in het openbaar op 27 november 2007.
(get.) K.J.S. Spaas.
(get.) A.H. Hagendoorn-Huls.
MK