ECLI:NL:CRVB:2007:BB8856
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid
Appellante ging in hoger beroep tegen de intrekking van haar WAO-uitkering per 30 november 2004, omdat het UWV haar arbeidsongeschiktheid op minder dan 15% had vastgesteld. De rechtbank Breda had reeds geoordeeld dat de beperkingen die appellante ondervindt juist waren vastgesteld en dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren, waardoor haar verlies aan verdiencapaciteit minder dan 15% bedroeg.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat het vertrouwensbeginsel is geschonden, omdat zij lange tijd een WAO-uitkering ontving van 80 tot 100%. De Raad oordeelt dat deze periode van ruim anderhalf jaar niet kan worden gekwalificeerd als 'lange jaren' en dat appellante geen gerechtvaardigde verwachting kon hebben dat de uitkering zou blijven, ook niet indien medisch onderzoek een lagere mate van arbeidsongeschiktheid zou aantonen.
De Raad stelt vast dat de rechtbank en het UWV de medische informatie, waaronder het rapport van de verzekeringsarts, zorgvuldig hebben betrokken bij hun oordeel. Er zijn geen nieuwe feiten of omstandigheden die aanleiding geven het bestreden besluit te wijzigen. De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en ziet geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.