ECLI:NL:CRVB:2007:BB8858

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
27 november 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/1582 WWB
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
  • J.M.A. van der Kolk-Severijns
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 21 BeroepswetBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond verklaard tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep in WWB-zaak

In deze zaak heeft appellante hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Utrecht inzake een WWB-zaak. De Raad van 17 juli 2007 verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat het beroepschrift te laat was ingediend, namelijk op 15 maart 2007, na de wettelijke termijn van zes weken.

Appellante stelde in verzet dat het beroepschrift reeds op 24 januari 2007 per fax was verzonden, binnen de beroepstermijn. Onderzoek van het faxjournaal van de Raad bevestigde dat op die datum om 16:46 en 16:51 faxen waren ontvangen vanaf het faxnummer van de gemachtigde van appellante. Tevens werd een fotokopie van het beroepschrift met ontvangstbevestiging overgelegd.

De Raad stelde vast dat het hoger beroep tijdig was ingediend en verklaarde het verzet gegrond. De eerdere niet-ontvankelijkverklaring verviel en het onderzoek werd voortgezet. Daarnaast werd het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht veroordeeld tot betaling van de proceskosten van appellante, begroot op €322.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het hoger beroep wordt als tijdig ingesteld beschouwd.

Uitspraak

07/1582 WWB
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellante],
tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 16 januari 2007, 06/2298 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht (hierna: College)
Datum uitspraak: 27 november 2007
I. PROCESVERLOOP
Mr. J.J.D. van Doleweerd, advocaat te Utrecht, heeft als gemachtigde van appellante hoger beroep ingesteld.
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 17 juli 2007 heeft de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Mr. Van Doleweerd heeft tegen de uitspraak van de Raad van 17 juli 2007 verzet gedaan.
Partijen zijn in de gelegenheid gesteld te worden gehoord op de zitting van 16 oktober 2007. Voor appellante is verschenen mr. R.D.A. van Boom, kantoorgenoot van mr. Van Doleweerd. Het College heeft zich, met bericht, niet laten vertegenwoordigen.
II. OVERWEGINGEN
De aangevallen uitspraak is op 16 januari 2007 gegeven en op 17 januari 2007 in afschrift aan partijen gezonden.
De uitspraak van de Raad van 17 juli 2007 berust op de overweging dat het beroepschrift op 15 maart 2007 per fax ter griffie is ontvangen, zodat het niet tijdig, maar met overschrijding van de wettelijk vastgestelde termijn van zes weken, is ingediend, terwijl er geen sprake is van een grond waarop redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
In verzet heeft de gemachtigde van appellante gesteld dat op 24 januari 2007, derhalve binnen de beroepstermijn, per telefax een hoger beroepschrift naar de Raad is verzonden.
Die stelling is juist. Nader onderzoek van het journaal van 24 januari 2007 van het faxnummer van de Raad - 030 8502299 - heeft uitgewezen dat er op die datum om 16.46 uur respectievelijk 16.51 uur een fax, afkomstig van het faxnummer van het kantoor van de gemachtigde van appellante - 030 2306051 - is ontvangen. Dit in aanmerking nemend alsmede de door de gemachtigde van appellante naar de Raad gezonden fotokopie van het inleidende beroepschrift van 24 januari 2007, met daarop onder meer de vermeldingen “tx rapport, tel. aansluiting 00308502299, st. tijd 24/1 16:51, resultaat OK”, staat voor de Raad vast dat het hoger beroep tijdig is ingesteld.
Gelet op het voorgaande dient het verzet gegrond te worden verklaard.
Dit betekent dat de uitspraak van de Raad van 17 juli 2007 vervalt en dat het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
De Raad acht tot slot termen aanwezig het College te veroordelen in de proceskosten van appellante in verzet. Deze kosten voor verleende rechtsbijstand worden met inachtneming van het Besluit proceskosten bestuursrecht begroot op € 322,--.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet gegrond.
Veroordeelt het College in de proceskosten van appellante tot een bedrag groot € 322,--, te betalen door de gemeente Utrecht.
Deze uitspraak is gedaan door J.M.A. van der Kolk-Severijns. De beslissing is, in tegenwoordigheid van S.R. Bagga als griffier, uitgesproken in het openbaar op 27 november 2007.
(get.) J.M.A. van der Kolk-Severijns.
(get.) S.R. Bagga.
IJ