ECLI:NL:CRVB:2007:BB8950
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontzegging WAO-uitkering wegens onvoldoende medische grondslag
Appellante was het niet eens met het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering te weigeren per 11 april 2004, omdat zij volgens het UWV niet arbeidsongeschikt was. De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het UWV voldoende rekening had gehouden met haar beperkingen en dat het medisch oordeel van de bezwaarverzekeringsarts betrouwbaar was.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij lijdt aan het hypermobiliteitssyndroom en dat zij haar functies niet kan vervullen. Zij verzocht ook om benoeming van een deskundige. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek van het UWV zorgvuldig was en dat de rechtbank het medische aspect terecht had beoordeeld. Er waren geen nieuwe feiten die een nader medisch onderzoek rechtvaardigden.
De Raad benadrukte dat arbeidsongeschiktheid alleen kan worden vastgesteld indien op objectieve medische gronden wordt aangetoond dat de verzekerde niet in staat is om passende arbeid te verrichten. In dit geval ontbrak een eenduidige en medisch gemotiveerde opvatting van deskundigen die het onvermogen tot arbeid bevestigde. Daarom werd het bestreden besluit bevestigd en de WAO-uitkering ontzegd.
De uitspraak werd gedaan door K.J.S. Spaas en uitgesproken in het openbaar op 27 november 2007.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de ontzegging van de WAO-uitkering wegens onvoldoende medische grondslag.